|
Er zijn in de wereld nogal wat roofvogels en uilen en ze
zijn natuurlijk allemaal te trainen. Het aantal soorten vogels dat
gebruikt wordt in de valkerij en bij demonstraties is gelukkig te
overzien.
Vogels zijn gewervelde dieren en vallen onder de klasse
Aves. Zo’n negen duizend species zijn dan verder opgedeeld in ordes die
te herkennen zijn aan hun toevoeging zoals bv. –formes. Toch zijn er
door DNA onderzoek weer wat twijfels gerezen over de classificatie van
sommige vogels. Zo blijkt dat de Falconiformes (valken, haviken, arenden
etc.) nauw verwant zijn aan de Ciconiiformes (ooievaars). De ordes zijn
onderverdeeld in families. Wil je alles helemaal precies weten kijk dan
op de lijst Taxonomie Roofvogels.
Het gebruik van de Latijnse namen is van belang als we
kontakten hebben over de landsgrenzen. In Amerika noemt men de
Roodstaartbuizerd een Red Hawk. Verwarrend want het is toch een buizerd
en geen havik. Kijken we dan naar de Latijnse naam wordt duidelijk dat
het inderdaad een Buteo is. Nog een verwarrend voorbeeld is de
Chiliarend. De Duitsers gebruiken namen als Aguja of Blaubussard of
Blauadler of Kordillerenadler en de Engelsen noemen deze roofvogel
black-chested buzzard-eagle of Grey buzzard. Kijk, dan is het fijn te
weten dat het een Geranoaetus melanoleucus is zodat we weten over welke
roofvogel we het hebben.
In dit hoofdstuk zullen we de meest gangbare roofvogels
die door valkeniers en demonstratieteams worden gevlogen bespreken wat
natuurlijk niet inhoud dat dit een aanbeveling is. Een avontuurlijke
geest beleeft spannende momenten.
In hoofdlijnen verdelen we binnen de valkerij de
roofvogels in twee categorieën: de hoge en de lage vlucht. Dit heeft te
maken met de wijze van jagen en de soort prooi die ze jagen. De
ornithologische benadering geeft een duidelijker beeld van de indeling.
Taxonomie
van roofvogels
Strigiformes
(nachtroofvogels): 2 families
-
Strigidae (123) – oehoe
-
Tytonidae (10) – kerkuil
Falconiformes (dagroofvogels): 5 families
-
Accipitridae (217) – havikachtigen
-
Cathartidae (7 ) - Amerikaanse gieren
-
Falconidae (60) – valken
-
Pandionidae (1) – visarend
-
Sagittarridae (1) - secretarisvogel
Identificatie van roofvogels
Onder de
roofvogels zijn nogal wat rode lijst soorten en daarom heeft de overheid
bepaald dat altijd de herkomst van deze dieren moet kunnen worden
aangetoond. Nu zijn er verschillende mogelijkheden en ondanks de
Europese wetgeving willen de verschillende landen in Europa nog wel eens
hiervan afwijken. De ring moet altijd een gesloten pootring zijn. Die
kun je alleen maar aanbrengen als de roofvogel nog een kuiken is.
Hierdoor bewijs je dat de roofvogel uit kweek en niet uit wildvang
(uithorsten van nesten) afkomstig is. Nu kan daarmee natuurlijk ook
gefraudeerd worden en daarom zal het DNA profiel steeds belangrijker
gaan worden. Daarvoor heb je namelijk het ouderpaar nodig en dat wordt
in het wild al een stuk moeilijker.
De microchip
is door de jaren zo verbeterd dat er geen reden meer is om een vogel
niet te laten chippen. De chip wordt ingebracht aan de zijkant van de
borstspier, zeg maar onder de oksel.
-
Ring
-
De kwaliteit van het materiaal en de leesbaarheid zijn erg
belangrijk
-
Ringen zijn een noodzakelijk kwaad want er is kans op insnoering
of de vogel kan zich verwonden
als de ring ergens achter blijft
hangen
-
Microchip: Dit is veilig met uniek nummer waardoor registratie
mogelijk is
-
Tatoeage
-
Podogram: Dit is een foto van de poot dus eigenlijk een vingerafdruk
Hoge vlucht
Hieronder bedoelen we alleen de valken (Falconidae).
Langvleugelig met donkere ogen en veelal een korte staart. De wijze van
jagen is hoog in de lucht op veerwild (duif, kraai maar ook lager
patrijs ed.). De term komt uit de Hollandse school want hiermee bedoelde
men het jagen op de reiger. Hiervoor stegen de valken erg hoog om boven
de reigers te komen zodat zij die naar beneden konden dwingen. De andere
jachtvorm met valken is aanwachten, een techniek uit de Engelse school.
Hierbij zoekt de valk voldoende hoogte om uit het veld opgejaagde
prooien zoals fazant of patrijs door hun duikvlucht te kunnen stoten
(met enorme klap raken) zodanig dat daarmee de prooi direct dood is of
in ieder geval helemaal de weg kwijt is. Het stoten op de prooi doen de
valken met hun talon en soms ook wel met de klauw als een gebalde vuist.
Verder worden valken ook van de valkeniershandschoen gevlogen om prooi
te achtervolgen zoals bij de jacht op kraaien.
Zoals dat altijd gaat zijn er natuurlijk ook hier weer
afwijkingen van de algemene regel. De subarctische Geervalk kan het zich
niet veroorloven een al te kieskeurig eter te zijn. In die koude
gebieden moet je als valk vooral goed eten en als er even geen veerwild
voorhanden is dan zal de Geervalk met gemak jagen op haarwild zoals
lemmingen en konijnen.
De valkeniers in de middeleeuwen wisten dit en gebruikte
de Geervalk dan ook wel bij de jacht op konijn en haas. Hierbij werkte
de geervalk samen met een kleine windhond. Zijn taak was het om het haas
dood te bijten zodra de valk deze te pakken had. Hiermee beschermde de
hond de valk tegen de harde trappen die een haas kan uitdelen.
De Engelse benaming ‘longwings’ in het Nederlands ook
wel spits of langvleugeligen genoemd is eigenlijk beter om de valken
familie te omschrijven.
De methode om deze roofvogels te trainen is op de loer.
Doordat hun vleugels lang en smal zijn en de staart ook niet erg breed
is landen deze roofvogels niet bijster elegant op de
valkeniershandschoen; ze remmen niet zo best af en klappen dan op de
handschoen.
Lage vlucht
Kort door de bocht zou ik zeggen; de rest. Alle
roofvogels die laag bij de grond jagen maar ook zij die daar hun
kadavers vinden zijn de lage vluchtvogels. De prooi is dan ook meestal
haarwild zoals konijnen maar veerwild zoals merel, duif, fazant, eend en
patrijs ed. staan op het menu . Ook hierin zit weer een punt van
discussie. Een torenvalk is een valk dus hoge vlucht maar hij jaagt
voornamelijk op muizen. Klopt helemaal, vandaar dat inzicht in de
soorten roofvogels, de technieken die we gebruiken bij de training en de
natuurlijke leefwijze van wilde roofvogels veel belangrijker is dan
kennis van de algemene valkerij termen.
Voor
deze groep hebben de Engelsen twee verzamelnamen; broadwings en
shortwings.
De broadwings zijn rond- of breedvleugeligen omdat zij
een groot vleugeloppervlak hebben, een brede staart. Deze groep zijn de
buizerds en arenden.
De shortwings, kortvleugeligen zijn de haviken. Ook zij
hebben in vergelijking met de valken (longwings) brede vleugels en een
lange staart.
Eigenlijk delen we beide in bij de lage vlucht maar soms
worden ze dus ook apart vernoemd.
Doordat ze met het grote vleugeloppervlak, brede lange
staart (en de broekveren gebruiken als parachute om af te remmen)
bijzonder zacht op de valkeniershandschoen landen worden lage vlucht
roofvogels altijd op de hand gevlogen en nooit op de loer.
Uilen zijn dus ook lage vlucht vogels omdat ze voldoen
aan de criteria zoals we hebben besproken alleen wordt daar niet mee
gejaagd binnen de valkerij wat niet inhoud dat dit onmogelijk is. Er
zijn gevallen bekend dat dit soms toch gelukt is maar het vergt wel heel
veel geduld.
Eigenschappen
Uilen zijn een mooi voorbeeld om mee te beginnen.
Volgens de Griekse mythologie is de uil (steenuil) het symbool van de
godin van de wijsheid, Athene. Heb je eenmaal met een uil getraind vraag
ik me af of je het daar nog wel mee eens bent. Uilen kunnen het helemaal
hebben begrepen en vliegen als een speer op de locatie waar je altijd
met ze werkt. Ga 100 meter verderop met ze vliegen en de uil zal je
aankijken alsof die je voor de eerste keer ziet. Totaal afgeleid door al
de nieuwe dingen om hem heen en zelfs geen groot sappig stuk vlees kan
hem verleiden naar de hand te komen. Zo zijn uilen en daar valt niets
tegen te doen.
De uilen die graag worden gevlogen zijn de Kerkuil,
Bosuil, Oehoe (Europees, Bengaal, Afrikaans en Canadees) en de bekendste
sinds Harry Potter, de Sneeuwuil. Deze laatste is een erg agressieve uil
en volgens ‘uileniers’ de moeilijkste om te vliegen.
De valken, haviken en arenden zijn veel sneller in hun
respons. Klein stukje vlees op de loer of op de handschoen en ze kunnen
bijna niet wachten om te gaan vliegen. Met hun scherpe zicht zien ze
waar hun voordeel ligt en energiek als ze zijn reageren ze daarop. Door
hun intelligentie weten ze al vrij snel wat hun trainer gaat doen en
zullen zelfs proberen je te snel af te zijn of in het ergste geval, jou
te trainen.
Buizerds echter zitten zo ongeveer tussen de uilen en de
hiervoor beschreven groep. Ze nemen de tijd en doen waar ze zelf zin in
hebben. Als je dat eenmaal door hebt kun je ze natuurlijk altijd te slim
af zijn maar ze blijven een uitdaging om te vliegen. Thermiek is
helemaal hun ding. Menig valkenier slaat het koud om het hart als de
buizerd besluit eens lekker hoogte te zoeken.
Gieren, zeker als ze imprint zijn, lijken net honden;
trouw aan de baas. De klauwen zijn voornamelijk om mee te lopen en
daardoor niet zo krachtig als bij de jagende roofvogels. Gieren nemen de
tijd tijdens de training en zijn dol op thermiek. Niet alle gieren komen
gemakkelijk van de grond af de lucht in (koningsgier en condor) maar ze
hebben een prachtig vliegbeeld. Dit geldt ook voor de aaseters zoals de
ooievaars en maraboes mocht je hiermee willen gaan vliegen.
Valken
Voor de valkerij zijn met name de grotere valken soorten
in trek. Hoewel er natuurlijk wel mee wordt gevlogen zijn de Torenvalken
geen jachtvogels tenzij er muis op het menu staat. Om te jagen gebruiken
valkeniers de volgende grote valken en hybrides. De reden om te kiezen
voor een hybride kan zijn vermenging van eigenschappen maar ook het
voorkomen van ziektes. Zo weten we dat met name de Geervalken nogal
gevoelig zijn voor Aspergillose, een schimmel infectie op de luchtwegen.
Slechtvalk (Falco peregrines) – wereldwijd voorkomend
Het woord ‘slecht’ komt via het Duitse woord ‘schlicht’
wat, eenvoudig, betekend. Ook wel pelgrimsvalk genoemd vanwege zijn
lange zwerftochten. De Slechtvalk onderscheidt zich van de andere valken
door zijn wijze van jagen. Het is een stootvogel pur sang. Prooi
achtervolgen zal de Slechtvalk minder snel doen dan bv. de Sakers. Zeker
geen valk voor een beginnende valkenier. De Slechtvalk staat bekend om
zijn moed en volharding tijdens de jacht. In Nederland de enige valk die
voor de jacht is toegestaan (momentopname 2006).
Binnen de valkerij wordt er volop gediscussieerd over de
verschillende slechtvalk ondersoorten en hun vermeende kwaliteiten.
Daarom volgt hier een overzicht met de locatie waar ze voorkomen.
F. p. peregrinus: Europa,
noord Rusland, Mediterraan gebied en de Kaukasus.
F. p. calidus: noord Rusland,
noord Siberië, Lapland. Migreert tot Zuid Afrika en Nieuw Guinea.
F. p. japonensis: Oost
Siberië, Kurile Eilanden. Migreert naar Japan, Riu Kiu en Taiwan.
F. p. brookei: Mediterraan
gebied, van Spanje en Marokko tot aan de Kaukasus.
F. p. pelegrinoides:
(barbarijse) Noord Afrika.
F. p. babylonicus: (red-naped
shaheen) De centrale woestijn- en steppegebieden in Azië, van Irak en
Iran tot Mongolië. Migreert naar India.
F. p. peregrinator:
(black-naped shaheen) Van India en Sri Lanka tot China en Taiwan.
F. p. minor: Afrika ten
zuiden van de Sahara.
F. p. paelei: (Peale's) Van
Noord Kurile Eilanden, Aleutians tot Queen Charlotte Eilanden. Migreert naar Californië.
F. p. anatum: Noord Amerika.
Migreert naar Centraal en Zuid Amerika.
F. p. cassini: Chili, van
Atacama zuidelijk naar Tierra del Fuego en de Falkland eilanden.
F. p. macropus: Australië,
behalve het zuidwesten.
F. p. submelanogenys:
Zuidwest Australië.
F. p. madens: Kaap Verdische
Eilanden.
F. p. radama: Madagaskar en
Comoranen.
F. p. fruitii : Vulkaan
Eilanden.
F. p. ernesti: Indonesië,
Filippijnen, Nieuw Guinee.
F. p. nesiotes: Nieuwe
Hybriden, Loyalty Eilanden, Nieuw Caledonië.
Geervalk (Falco rusticolus) – Noordelijk halfrond
subarctisch (Europa, Azië, Amerika)
Deze grootse onder de valken wordt ook giervalk genoemd.
Vooral de IJslandse en Groenlandse (witte) Geervalk waren vroeger een
statussymbool van de adel. Ze zijn nauw verwant aan de Saker- en
Lannervalk. Zelfs zo verwant aan de Saker dat er in het wild hybride
Geer x Sakers voorkomen en er zijn biologen die menen dat het misschien
toch dezelfde soort is. De Groenvalk (candidans) is geheel wit en werd
op IJsland ingevangen waar ze overwinteren. Net als de Slechtvalk zeker
geen beginners vogel. Temperamentvolle maar bijzonder trouwe valken, die
soms lange tijd hoog in de lucht verdwijnen verlangen, van de valkenier
een sterk hart. Niet twijfelen en de plek verlaten maar blijven draaien
met de loer soms wel een ½ tot 1 uur en plots als een raket komt de valk
uit het niets te voorschijn alsof er niks aan de hand is.
Sakervalk (Falco cherrug) – Centaal Azië

Woestijnvalk wordt, naast de Geervalk, graag gevlogen
door de Arabieren. Nauw verwant met de Geer- en de Lannervalk. Wordt ook
wel de continentale valk genoemd. Minder moeilijk te trainen dan de
Slechtvalk maar wel bijzonder eigenzinnig. Dagenlang prachtig appèl om
plots de valkenier totaal te negeren. Deze plotselinge ommezwaai kan
mogelijk verband houden met hun migratie instinct. Krachtige vliegers
die soms de neiging hebben te gaan zitten als er bomen in de buurt zijn.
Zoals bij de meeste valken zijn de tarsel makkelijker. Schrik niet als
je Sakervalk in het spitshuis of de volière op de bodem ligt. Als een
van de weinige valken zul je ze dit vaak zien doen.
Lannervalk (Falco biarmicus) – Afrika, Middellandse Zee,
klein Azië
Een valk die weinig energie verbruikt in de vlucht. Deze
woestijnvalk is, door een groter vleugel oppervlak (lagere
vleugelbelasting), goed in staat te zeilen over lange afstanden om zo
ook bodemprooien te verrassen. Ook wel de zachte valk genoemd (lana =
wol). Valken met een fijn karakter die, voor de beginnende hoge vlucht
valkenier, zeker is aan te raden. Door hun aangename temperament leren
ze de valkenier de omgang met valken als geen andere valk dat kan. Wees
wel voorzichtig met gewichtmanagement vooral bij de tarsels omdat dit
lichte vogels zijn en fouten onherstelbaar letsel kunnen veroorzaken.
Starters nemen daarom beter een wijf. Voor de jacht minder geschikt
omdat ze voornamelijk de kleinere vogels jagen. Net als de Luggervalk
een fijne vogel voor valkerij demonstraties.
Luggervalk (Falco Jugger) - India
Temperamentvol als Prairievalken en verwant aan de
Geervalk zijn ze, met wat extra geduld te trainen tot fijne vliegers en
gewillige jagers hoewel de prooikeuze de wat kleinere vogels betreft. Ze
staan bekend om hun goede loerbinding. Worden dan ook graag gebruikt bij
valkerij demonstraties. Dit is naast de Lannervalk een kandidaat voor
iemand die na de lage vlucht met de hoge vlucht wil starten. Ze zijn wat
‘harder’ dan de andere valken en verdragen wat beter de fouten die
aspiranten kunnen, en ongetwijfeld, zullen maken.
Prairievalk (Falco mexicanus) – Noord Amerika, Mexico
Temperamentvolle valk alleen geschikt voor valkeniers
met een eindeloos geduld. Een vorm van zelfkastijding zou ik deze
doerakken noemen. Bijzonder moedige maar daardoor ook hardnekkige valk.
Voor de jacht zeer geschikt en bijna vergelijkbaar met de slechtvalk. In
Amerika jagen de valkeniers ermee op de zelfde prooien als met de
slechtvalk.
Hybride valken
Wat zijn hybride valken? Vergelijk het maar met de
kruising tussen een paard en een ezel. Er ontstaat dan een muilezel die
van beide ouders iets in zich heeft. Dit wordt ook met valken gedaan.
Kruisingen zoals Slechtvalk x Geervalk maar ook naar volgende generaties
waardoor je hybridevormen krijgt zoals Geer x Slecht x Lanner. Soms zijn
ze onvruchtbaar maar niet altijd. Kweken kan alleen via inseminatie
omdat ze elkaar paargedrag niet herkennen.
Afgezien van belachelijke experimenten (bv. Torenvalken
met Slechtvalken) kunnen hybridisaties soms een fantastische roofvogels
opleveren. Ook kunnen de risico’s voor soort specifieke aandoeningen
soms worden verminderd hoewel ik daar mijn twijfel over heb. Een Gier x
Sakervalk van ons liep een Aspergillose infectie op terwijl zijn buren,
2 Sakers, nergens last van hadden. We weten dat geervalken daar gevoelig
voor zijn dus de helft Saker heeft hem daarvoor niet behoed.
Puriteinen zijn mordicus tegen hybrides maar als we
eerlijk zijn moeten we toch toegeven dat de mens altijd met de natuur
heeft geknoeid.
Haviken
In tegenstelling tot de valken zijn de voor de valkerij
gangbare havikachtige soorten vrij beperkt. In Nederland is
(momentopname 2006) voor de jacht alleen de inheemse havik toegestaan
maar vele mate populairder is de Harris Hawk die ook wel Woestijnhavik
wordt genoemd. De havik en de sperwer zijn eigenlijk alleen verantwoord
te trainen en te vliegen door ervaren valkeniers. Omdat het moeilijke
vogels zijn is men soms geneigd om met imprint haviken te werken in
plaats van ‘wilde’ die door de ouders en niet door de mens zijn
grootgebracht. Iedereen die hier ervaring mee heeft is weer een andere
mening toegedaan.
Havik (Accipiter
gentilis) – Noordelijk halfrond (Eurazië en US)
Een echte bosbewoner die
zich zelden laat zien. Soms te horen maar zijn roep is makkelijk te
verwarren met het roepen van een specht. Formaat te vergelijken met een
buizerd maar herkenbaar aan de lange staart en
aan de lange gele poten. Ogen oranje tot soms dieprode iris.
Jonge haviken noemen we een rode havik. Jonge haviken hebben verticale
strepen op de borst die na de eerste muit horizontaal worden.
Er zijn verschillen in
formaat en kleur afhankelijk van de plaats waar ze voorkomen. Hoe
noordelijker, hoe groter het formaat van de vogel. Het zijn bijzonder
nerveuze vogels, zeker af te raden voor beginners. Vroeger noemde men de
havik de ‘keukenvogel’ omdat deze een breed palet aan wild jaagt en dit
zeer succesvol doet.
Sperwer (Accipiter nisus) – Europa, Noordwest Afrika en
noord Azië
Jaagt in bosgebieden en open terrein. Een echte
cultuurvolger die ook succesvol jaagt in onze steden. Wordt door de
oudere boeren en jagers ook wel duivenklamper genoemd. Eigenlijk een
kleine uitvoering van de havik maar bijzonder snel. Het silhouet wordt
vaak verward met de Torenvalk maar zie je de sperwer vliegen en jagen
dan wordt het verschil direct duidelijk. Geen eenvoudige vogel voor de
beginnende valkenier omdat ze vrij licht in gewicht zijn en er geen
ruimte is voor fouten in het gewichtsmanagement. Zeker de tarsel zou
niet door onervaren mensen gevlogen moeten worden.
Coopers Sperwer (Accipiter cooperii) – Noord Amerika en
Canada
Groter dan de Europese Sperwer en iets kleiner dan de
havik. Ze zijn makkelijker te trainen dan de sperwer en hebben een wat
gelijkmatiger temperament.
Buizerds
Beduidend minder nerveus dan de havik en soms wat traag
van begrip zoals een uil zijn de buizerds toch zeker een plezier om mee
te werken. Als je de ruimte hebt om ze te laten vliegen zullen ze je
belonen met mooie hoge zweefvluchten. Voor de jacht zijn de echte
buizerds niet bijzonder geschikt met uitzondering van de Woestijnhavik
en de Roodstaartbuizerd.
Buizerd (Buteo Buteo) – Europa, Azië tot Japan
Prachtig om mee te vliegen en in Engeland vaak
aangeraden als beginners vogel. Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen
maar er werkelijk mee jagen zit er niet in. Als een van de weinige
roofvogels zie je deze vogel in verschillende kleurschakeringen van heel
licht (bijna wit) tot donker bruin.
Koningsbuizerd (Buteo regalis) – Noord Amerika
Een vogel die veel geduld en kennis vergt omdat ze
moeilijk zeeg te maken zijn. Het zijn temperamentvolle roofvogels, niet
erg geschikt voor de jacht. De klauwen zijn zoals bij de meeste buizerds
in verhouding tot het formaat van de vogel klein (bevederd tot de tenen
en daarom ook wel ruigpoot genoemd) en voor een tarsel is een konijn
vaak al een te grote prooi. Het best vlieg je met deze buizerd in een
open landschap waar ze graag hoogte kiezen om te zweven.
Roodstaartbuizerd (Buteo jamaicensis) – Noord Amerika en
Caribisch gebied
Een echte buizerd maar dan met grote klauwen. Door zijn
formaat is deze roofvogel (de wijven) zeker in staat om grotere prooien
zoals haas te jagen. Voor veerwild zijn ze meestal te traag in hun
vlucht en missen de volharding zoals de havik die heeft. De prachtige
rode staartveren van deze vogel worden door de Hopi indianen gebruikt
voor hun religieuze dansen. In films wordt zijn schreeuw als achtergrond
geluid vaak gebruikt om er een droog gebied mee te accenteren.
Woestijnhavik (buizerd) (Parabuteo unicinctus) – Noord
en Zuid Amerika
De Harris Hawk en ook wel Woestijnbuizerd genoemd. Waar
zullen we deze zeer gewaardeerde roofvogel onderbrengen. Naar mijn
mening hoort hij, door zijn wijze van jagen, bij de havikachtige.
Eigenlijk ligt hij tussen de buizerd en de havik. Een fijne vogel om mee
te vliegen en jagen zonder de nerveuze inslag van de havik. Vaak miskent
als jachtvogel omdat ze ook een goed appèl hebben als ze boven het
vlieggewicht zitten en daardoor soms wat minder fel zijn tijdens de
jacht. Harris Hawks kunnen goede maatjes worden met de valkenier en zijn
hond; dan zijn het onverslaanbare jagers.
Dit zijn de intelligentste onder de roofvogels en als de
wijven boven de 7 jaar komen zeer zeker in staat menig valkenier te
trainen. Die extra (sociale) intelligentie hebben ze omdat het
roofvogels zijn die in groepen jagen. Ze worden dan ook wel de ‘wolven
van de lucht’ genoemd. Een fijne jachtmethode is er meerdere tegelijk
los te laten waarbij de valkenier en zijn hond het wild losmaken hoewel
dit niet erg eerlijk is voor de prooi. Tijdens roofvogeldemonstraties
worden er ook vaak meerdere tegelijk gevlogen.
Arenden
Niet alleen een flink stuk zwaarder dan de valken,
haviken en buizerds maar zeer zeker ook gevaarlijker. Honden en kleine
kinderen zijn voor deze grote jagers ook prooi. Geen vogels voor
onervaren valkeniers. Hoofdzakelijk geschikt om mee te jagen en veel
minder voor demonstraties tenzij ze worden gevlogen door specialisten.
In Nederland en België zouden deze grote roofvogels eigenlijk niet
moeten worden verhandeld zij het alleen aan ervaren valkeniers die
voldoende ruimte hebben waar ze ermee kunnen vliegen.
Zeldzamer onder valkeniers en bij roofvogeldemonstraties
zijn de kuif- en kroonarenden. Algemeen iets minder fors dan de Aquila’s
zijn deze Spizaetus, Hieratus en Stephanoeatus. Je ziet deze prachtige
roofvogels bijzonder weinig omdat er nagenoeg geen kweekresultaten zijn
en er geen uit het wild ingevangen exemplaren meer mogen worden
verhandeld.
Door het gewicht van de arenden moet je als valkenier
zeker over voldoende spierkracht beschikken.
Een van de karakter eigenschappen van Arenden is dat zij
hun trainer zullen testen om te zien hoever ze kunnen gaan. Hierop niet
voorbereid en zonder ervaring verlies je dit duel en ben je voor altijd
ondergeschikt aan je arend. Wat dat betekent hoef ik, denk ik, niet uit
te leggen. Arenden zijn vrij eenkennig en hebben vaak behoefte aan een 1
op 1 relatie.
Omdat ze laat seksueel volwassen worden (4 – 7 jaar oud)
komt hun ware aard pas laat naar voren. Een arend kan dan plots
veranderen van een watje in een totale horror vogel.
Steppearend (Aquila
rapax) – Afrika tot
Centraal-Azië
Moeilijk te onderscheiden van de
Savannearend.
Roofarend (Aquila
rapax nipalensis)
– Centraal-Azië,
westelijk tot in Europa
Vreemd genoeg gekwalificeerd als
een subsoort van de Steppearend. Ze zijn bijna dubbel zo groot (formaat
Steenarend) als de Afrikaanse Steppearend en verschillen op heel veel
punten. Onhandig en lui is de omschrijving van hen die er me werken.
Savannearend (Aquila rapax
vindiana) – Azië
De kleinste van de groep ook
wel de Aziatische Steppearend genoemd.
Steenarend (Aquila chrysaetos)
– Noordelijk Halfrond zuidwaarts tot Noord Afrika en Mexico
Zo groot dat er vooral met de
tarsels (mannelijke vogel) wordt gevlogen. Meest
handelbare van de arenden.
Copyrechten stichting Vluchtbedrijf
|